Er stond een magisch kasteel midden in een grote woestijn. In het kasteel woonden twee draken. Ze heetten Storm en Sneeuw. Buiten het kasteel woonde nog een draak. Die heette Vuur.
Het was middag. Er waren geen mensen te zien. Alles was stil in de woestijn.
Toen het avond werd, kwamen er mensen naar het kasteel. Op dat moment werd draak Vuur boos. Hij blies zoveel vuur dat het hele kasteel vol vuur kwam te staan.
Storm en Sneeuw wilden de mensen helpen. Storm blies een sterke, koele wind en Sneeuw maakte alles koud met zijn ijzige adem. Langzaam verdween het vuur en werd het kasteel weer veilig.
De mensen waren heel blij. Ze bedankten de drie draken. Vanaf die dag beschermden Storm, Sneeuw en Vuur samen het magische kasteel in de woestijn, zodat iedereen er veilig kon wonen.